Een engel aan de deur

Uitgeverij In de Knipscheer, 2021

 

Op de achterkant:

In haar dichtbundel Door het vanggat en de novelle De vloeivelden in ging Aly Freije op zoek naar de impact van ontheemd raken en cirkelde ze rond de betekenissen van leven met verlies.

In de gedichten van Een engel aan de deur dringt ze daar dieper in door. In de spanning tussen spreken en zwijgen stuit ze op de draagwijdte van gemis en rouw. In flarden van stiltes duiken stemmen op. Tussen de polen van verwondering en wanhoop dwaalt ze door aangetaste landschappen, stuit op sporen, is ze op zoek naar een zeker evenwicht.

 

Wat doet het meisje aan een keukentafel/ dat over ijsschotsen de overkant wil halen./Ze trotseert gezichten, spreekt de honden toe, zingt/zigzagt langs scherpe randen, waagt de sprong…/

 

Veel is in beweging, de fantasie stuwt voort, paarden draven, voertuigen versnellen, een luchtbed verandert in een watervliegtuig. En altijd zijn er de vogels, de gevleugelden die boodschappen overseinen.

 

Citaat uit een bespreking door NDB/Biblion:
‘Achtendertig gedichten, verdeeld over vijf thema’s, dringen binnen in de geest van de dichteres, ten prooi vallend aan het onomkeerbare van verlies, als deze over haar vader: uitgestrooid, pas je de stukjes in/ tot steeds weer mooiere versies/ En kijk, daar heb je vader'(p.26) om te eindigen met: Maar beschrijf maar eens de hartslag/ van een vogeltje/ dat plotseling stopt. Verwondering, wanhoop gaan hand in hand, steeds zoekend naar enig evenwicht’.